|
|
|
Actueel weer en verkeer Buienradar |
|
|
Lokale weersverwachting Plaatselijke weerstations Lokale weersverwachting Het actuele weer in: Terschelling De Bilt Vlissingen Den Helder Amsterdam Lelystad Leeuwarden Groningen Twente Rotterdam Eindhoven Maastricht Wereld en vakantie weer Weer internationaal Alles over het weer Weer feiten Uitleg over, wat is.....? Het weer Weeralarm Weersverwachting Meteorologie Weerkaart Zon Hagel Sneeuw Onweer Storm Orkaan Windhoos Waterhoos Tornado Mist Weerkaart Klimaat Klimaat verandering Broeikaseffect Ozonlaag Ozon gat Noordpool Zuidpool De vrije encyclopedie Wikipedia |
Regen is een vorm van neerslag, net als sneeuw (ijskristallen) en hagel (bevroren regen). Samen wordt dit ook wel hemelwater genoemd. Regen ontstaat als waterdruppels in de wolk zo groot worden, dat ze niet meer blijven zweven, maar gaan vallen. De waterdruppeltjes groeien doordat ze tegen elkaar aan botsen. Hoe groter de waterdruppel, hoe sneller hij zakt (van 1cm/uur tot 10m/s). Hoewel de lucht in de wolk meestal opstijgt, zal na veel botsingen de groeiende waterdruppel uiteindelijk naar beneden vallen. Tijdens het vallen groeit de druppel door botsingen sterk, maar verliest hij ook water (droogblazen) en alleen de grote druppels halen de grond. In warme landen zie je soms hoge wolken met een regensliert die in de droge lucht onder de wolk snel weer verdampt en nooit de grond raakt. Soms is het in de tropen zo warm en vochtig onder de regenende wolk, dat opstijgend vocht de wolk weer aanvult en het uit deze wolk blijft regenen. Dit kan alleen als de temperatuurverdeling in de lucht gunstig is. Het regent niet altijd uit vochtige warme lucht. Zo was het in augustus 2003 in Nederland heel erg warm en vochtig, maar kwam er geen regen. Regen ontstaat pas als wolken voldoende hoog kunnen worden en druppels diep genoeg kunnen vallen om te groeien. Dit kan pas als de warme luchtbel tot grote hoogte kan opstijgen. Dit lukt vooral in instabiele lucht waarin de lucht met de hoogte steeds kouder blijft dan in de afkoelende , maar warmere luchtbel. Deze instabiele luchten zijn te herkennen aan de wolken met torentjes erbovenop, de stratus cumulus castilianus. Zij voorspellen aankomende regen. Als de temperatuur in de omgevende lucht plotseling niet meer daalt met de hoogte, zal de wolk stoppen met opstijgen en horizontaal uitdijen. De wolk gaat zo op een aambeeld lijken. De wolk hangt meestal in lucht waarvan de temperatuur onder het vriespunt ligt. De regen die er uit valt bestaat daarom meestal uit aaneengeplakte ijsklontjes of sneeuwvlokken. Meestal dooit het ijs tot een waterdruppel op in de steeds warmer wordende lucht eronder en valt het als water vloeibaar op de grond. Alleen in herfst en winter blijft het hagel of sneeuw. Buiten de poolgebieden is regen de meest voorkomende vorm van neerslag. Vallende regendruppels worden vaak afgebeeld met de vorm van tranen of peren. Dit is echter geen juiste voorstelling. Kleine regendruppels zijn vrijwel bolvormig dankzij de oppervlaktespanning van water die groter is naar mate de diameter kleiner is. Als ze iets groter zijn, worden ze in de val door de luchtweerstand aan de onderkant afgeplat. Bij hele grote druppels kan zelfs een soort paraplu-vorm voorkomen. Grote regendruppels vallen sneller dan kleine, dit komt niet door de versnelling van de zwaartekracht, die versnelling is voor alle druppels even groot. Dit komt door de luchtweerstand die voor de kleine druppels relatief groter is. Voor de kleinste druppels, zoals in mist, is lucht zo taai als stroop. Zij dalen daarom heel langzaam (bijv. 1cm/uur). Van regen wordt gesproken indien de diameter van een waterdruppel groter is dan 0,5 mm. Regendruppels - zoals tijdens buien - worden niet groter dan ca. 6 mm. Daarboven splitsen de druppels zich op in twee of meerdere druppels. Motregen zijn waterdruppels met een diameter kleiner dan 0,5 mm. Regen speelt een belangrijke rol bij de water-cyclus op aarde: water uit de oceanen verdampt, condenseert in de vorm van wolken, valt op het aardoppervlak neer in één van de vormen van neerslag, en komt uiteindelijk terug in de oceaan via stromen en rivieren om opnieuw aan de cyclus te beginnen. Gemiddeld valt er per jaar 690 tot ruim 900 mm aan neerslag in Nederland. De droogste plaatsen komen voor in het zuidoosten van ons land (midden-Limburg), de natste op de Veluwe. In de zomer valt de regen in de regel met grotere hoeveelheden dan in de winter. Door de warmte kunnen fikse buien ontstaan, waardoor dan in korte tijd meer regen valt dan in de koude periode van het jaar. In de nazomer en herfst vallen de zwaarste buien vaak in de kustprovincies, omdat het warme zeewater de buien dan activeert. Gemiddeld over de drie zomermaanden juni, juli en augustus lopen de totale hoeveelheden neerslag uiteen van ongeveer 180 millimeter langs de Noord-Hollandse kust tot 215 millimeter in het binnenland. Aan de kust valt in de herfst omstreeks 250 millimeter. Zware buien leveren soms meer dan 20 millimeter in een kwartier op, wat gemakkelijk tot wateroverlast kan leiden. De grootste hoeveelheden vallen tijdens onweersbuien en op buiige dagen zijn etmaalhoeveelheden van enkele tientallen millimeters zeker in de warme periode van het jaar geen uitzondering. Bron: Wikipedia |
|
|
![]() |