|
|
|
Actueel weer en verkeer Buienradar |
|
|
Lokale weersverwachting Plaatselijke weerstations Lokale weersverwachting Het actuele weer in: Terschelling De Bilt Vlissingen Den Helder Amsterdam Lelystad Leeuwarden Groningen Twente Rotterdam Eindhoven Maastricht Wereld en vakantie weer Weer internationaal Alles over het weer Weer feiten Uitleg over, wat is.....? Het weer Weeralarm Weersverwachting Meteorologie Weerkaart Zon Regen Hagel Onweer Storm Orkaan Windhoos Waterhoos Tornado Mist Weerkaart Klimaat Klimaat verandering Broeikaseffect Ozonlaag Ozon gat Noordpool Zuidpool De vrije encyclopedie Wikipedia |
Bij temperaturen onder het vriespunt vormt sneeuw zich wanneer waterdampmoleculen tot ijskristallen verrijpen. Dit proces vindt vooral plaats tussen -5 en -20 °C en optimaal bij een temperatuur rond -12 °C. Bij deze waarde is het verschil in de dampdruk t.o.v. water en ijs het grootst en vinden er transporten van waterdampmoleculen van onderkoelde waterdruppels naar vrieskernen plaats. Deze vrieskernen dienen als katalysator en brengen de bevriezing versneld op gang. Door botsingen onderling en op de weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes geleidelijk aan tot sneeuwkristallen. Deze kunnen allerlei vormen hebben, maar ze zijn altijd zespuntig, zoals goed te zien is in de foto's die de amateurwetenschapper Wilson Bentley al in 1902 maakte.
Wanneer het waait, klitten de sneeuwkristallen, vaak in de vorm van sterren, op hun weg naar de aarde samen en vormen een vlok. Zo'n vlok bestaat uit wat ijs en heel veel lucht tussen de ijsnaaldjes, zo ongeveer als een kussen vol veren met lucht ertussen. Vlokken zijn onregelmatig, klein of groot, maar wanneer het windstil is, dwarrelen ze één voor één naar beneden. Vlokken vormen zich met name in voldoende vochtige lucht die niet al te koud is. Bij vrij lage temperaturen in drogere lucht vallen dikwijls losse sneeuwkristallen. In de poolstreken komt dit vaak voor.
Sneeuw kan voor overlast zorgen niet alleen door gladheid maar vooral bij natte sneeuw ook door vermindering van het zicht. Tijdens zware sneeuwval is het zicht minder dan 500 meter, vergelijkbaar met mist. Met name de eerste sneeuw van het seizoen of plotselinge sneeuwbuien leveren problemen op. Tijdens periodes met herhaaldelijk sneeuw en winterse buien is de weggebruiker eraan gewend en past het verkeer zich aan. Grote hoeveelheden sneeuw op de weg kunnen worden bestreden met behulp van sneeuwschuivers. Sneeuw veroorzaakt de grootste problemen wanneer de neerslag valt bij vorst, vooral bij matige tot strenge vorst. Als het dan ook hard waait, gaat de sneeuw stuiven en ontstaan sneeuwduinen. Wanneer in Nederland sneeuw wordt verwacht bij windkracht 6 of 7 geeft het KNMI een weeralarm uit voor sneeuwjacht. Bij windkracht 8 of meer en sneeuw geldt een weeralarm voor sneeuwstorm. Ook bij aanhoudend zware sneeuwval met op grote schaal meer dan 5 cm per uur en vers sneeuwdek van ten minste 5,5 cm wordt een weeralarm uitgegeven. Zulke omstandigheden zijn gevaarlijk voor het verkeer en leiden tot grote overlast. Sneeuw zelf is niet glad, maar wordt door het verkeer tot glad ijs gereden. De dichtheid van verse sneeuw bedraagt 12%; dit varieert sterker naarmate we verder gaan in het jaar. In de lente bijvoorbeeld kan de dichtheid oplopen tot 50%; ook wanneer de sneeuw platgetrapt wordt, wordt de dichtheid hoger. Een vuistregel is dat 1 eenheid regen gelijk is aan 8 eenheden sneeuw, d.w.z. dat er voor 1 centimeter sneeuw ongeveer 1,2 mm regen nodig is. Er zijn vele soorten en varianten van sneeuw. Wat betreft de soort sneeuwval en het soort sneeuwdek: Natte sneeuw Droge sneeuw Motsneeuw Korrelsneeuw Driftsneeuw Poolsneeuw Bron: Wikipedia |
|
|
![]() |